Immunomodulerende middelen

Binnen deze behandeling zijn er twee groepen middelen te onderscheiden.

Interferon beta

Interferonen zijn een groep lichaamseigen stoffen die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem. Zij worden actief bij infecties, kanker en bij stoornissen in het afweersysteem. Eén van deze lichaamseigen stoffen, interferon beta, is in iets gewijzigde vorm in drie verschillende middelen voor de behandeling van MS beschikbaar.

Op een aantal manieren zorgen de interferonen ervoor dat de aanvallende witte bloedcellen het beschermlaagje van de zenuwuitlopers (myeline) én de zenuwuitlopers zelf, minder aantasten. Uit onderzoek komt naar voren dat de behandeling met de interferonen het aantal en de ernst van de terugvallen vermindert en de handicapvorming uitstelt. Op MRI-beelden (beeldvormende techniek voor de hersenen) is een duidelijke remming van de ziekteactiviteit te zien.

Glatirameeracetaat

Glatirameeracetaat is een kunstmatig eiwit dat het afweersysteem beïnvloedt. Uit onderzoek komt naar voren dat de behandeling met glatirameeracetaat het aantal terugvallen vermindert en de handicapvorming uitstelt. Op MRI-beelden is een duidelijke remming van de ziekteactiviteit te zien.

Welk middel is voor mij het meest geschikt?

Vaak wordt er gedacht dat er geen verschillen bestaan tussen de interferonen onderling en tussen de interferonen en glatirameeracetaat als het gaat om effecten en bijwerkingen. Wetenschappelijk studies laten echter een ander beeld zien.

Wil je weten welk middel het meest geschikt is voor jouw MS? Laat je dan uitgebreid informeren door je neuroloog en MS-verpleegkundige over de effectiviteit en (lange termijn) veiligheid van de afzonderlijke middelen. Vraag hierbij eveneens naar de effecten van de afzonderlijke middelen op onderliggende verschijnselen en klachten die met MS samen kunnen gaan. Allerlei praktische overwegingen zullen eveneens aan de orde moeten komen.

 

Wat moet je doen als je ondanks therapie een terugval ondervindt?

De middelen voor MS zijn effectief in het verminderen van terugvallen. Dit betekent niet dat je nooit meer een terugval zult ondervinden. Het krijgen van een terugval is meestal geen reden om op een ander middel over te gaan. Zonder het middel had je waarschijnlijk veel vaker een terugval gehad.

Mocht je meer terugvallen ondervinden dan je mag verwachten van een immunomodulerend middel dan kun je overwegen om op een ander (meer effectiever) immunomodulerend middel over te gaan. Bij een hoge ziekteactiviteit of bij meer terugvallen dan je zou verwachten op een effectief immunomodulerend middel kan gekozen worden voor immunosuppressieve therapie.

 

Bijwerkingen

Bij de interferonen beta behoren injectieplaatsreacties en griepachtige verschijnselen tot de meest voorkomende bijwerkingen. Deze bijwerkingen treden vooral op in de eerste maanden van de behandeling en verminderen of verdwijnen in de loop van de tijd. De kans op het optreden van deze bijwerkingen kun je verlagen door een aantal praktische aanbevelingen op te volgen. Deze vind je hieronder.

Injectieplaatsreacties behoren eveneens bij glatirameeracetaat tot de meest voorkomende bijwerkingen. Griepachtige verschijnselen komen minder voor. In tegenstelling tot bij de interferonen beta komen bij glatirameeracetaat zogenaamde Onmiddellijke Post-Injectie reacties voor, zoals vaatverwijding, pijn op de borst, benauwdheid en een verhoogde hartslag voor.

Mocht je bijwerkingen ondervinden neem dan contact op met je neuroloog of MS-verpleegkundige. Zij kunnen je vaak helpen. Eveneens een aantal praktische aanbevelingen kunnen een positieve bijdrage leveren.


Laatst aangepast 16-05-2012 | Copyright © 2011, Bayer B.V., Bayer HealthCare Pharmaceuticals