Mythe 1
MS wordt doorgegeven aan de volgende generatie
Strikt genomen wordt MS niet genetisch bepaald. Onderzoek heeft echter aangetoond dat er wel een zekere genetische aanleg bestaat.
De gemiddelde Europeaan heeft een kans van ongeveer 1 op 1.000 om MS te ontwikkelen. Familieleden in de eerste lijn (bijvoorbeeld kinderen, broers of zussen, niet-eeneiige tweelingen) van een persoon met MS hebben een grotere kans, variërend van 1 op 100 tot 1 op 40. Als één persoon van een eeneiige tweeling MS heeft, dan heeft de andere persoon een kans van 1 op 4 om ook MS te ontwikkelen.
Er bestaat dus een zekere genetische aanleg, maar het zou sterk overdreven zijn om te zeggen dat MS van de ene op de andere generatie overgaat. Geërfde genetische factoren veroorzaken op zich geen MS. Ook omgevingsfactoren, leefgewoonten, virussen of het klimaat lijken een rol te spelen.
