Mythe 9
Nieuwer is beter

Zijn nieuwe middelen altijd beter voor u? Dat hangt vooral af van de mate van uw ziekteactiviteit.

 

MS-medicatie kan grofweg ingedeeld worden in immunomodulerende en immunosuppressieve middelen. Immunomodulerende middelen zijn middelen die gunstige elementen van het afweersysteem stimuleren en negatieve elementen remmen. Immunosuppressieve middelen zijn middelen die het afweersysteem eerder onderdrukken.

 

In de praktijk zijn de immunomodulerende middelen voor de meeste personen met MS de middelen van keuze, gezien hun gunstige effecten op terugvallen en handicapvorming. Deze gunstige effecten gaan samen met relatief milde bijwerkingen die vooral optreden in de eerste maanden van de behandeling en verminderen of verdwijnen in de loop van de tijd. Van sommige middelen is eveneens een effect op vermoeidheid of geheugenproblemen aangetoond.

 

Immunosuppressieve middelen hebben eveneens een gunstig effect op terugvallen en de handicapvorming. Deze gunstige effecten kunnen samengaan met minder vaak voorkomende, maar (mogelijk) ernstige bijwerkingen. Deze middelen zijn dan ook bestemd voor mensen met MS met een hoge ziekteactiviteit (veel terugvallen) of voor mensen met MS die terugvallen ondervinden ondanks hun behandeling met een immunomodulerend middel.

 

Nieuwer betekent daarom niet altijd beter. Veel belangrijker is dat u samen met uw arts kiest voor een middel dat effectief is voor uw MS, waarbij de gunstige effecten samengaan met een zo klein mogelijke kans op ongewenste bijwerkingen.


Laatst aangepast 16-05-2012 | Copyright © 2011, Bayer B.V., Bayer HealthCare Pharmaceuticals